Taallessen voor vluchtelingen

In Eindhoven zijn allerlei mensen betrokken bij het werk in het AZC, de Orangeire in Blixembosch. Ook vrijwilligers uit verschillende kerken. Twee gemeenteleden uit de Johannesgemeente geven taalles en voor Kerst vertelden ze ons hun verhaal.

Maaske van Lingen vertelt met groot enthousiasme over de taalles die ze elke week geeft aan mensen die alleen hun eigen taal spreken en die niet kunnen lezen en niet kunnen schrijven. Mensen die we analfabeten noemen.
Deze mensen komen vrijwillig want zolang ze nog geen status hebben, zijn ze niet verplicht taalles te volgen. Mensen die een status hebben, moeten verplicht 80 uur Nederlands volgens en die lessen worden door daarvoor apart opgeleide docenten gegeven.
 Maaske werkt in kleine groepjes van 5 tot 7 mensen. Zij vertelt dat een klein groepje ook wel fijn is want er kan heel wat gebeuren in zo’n morgen van  9.00 tot 11.30 uur. Maaske: “Stel je voor zes mensen waarvan twee Syriërs, een Congolees, een Irakees, iemand uit Somalië en iemand uit Eritrea. Ik moet voorzichtig en behoedzaam zijn in alles wat ik zeg en doe. De meeste mensen hebben veel meegemaakt en de vlam in de pan is zo gebeurd. Ze hebben allemaal verdrietige verhalen en ik denk aan een mevrouw uit Homs. Ze is haar huis kwijt, haar baan, ze was directrice van een basisschool en ze heeft nu niets meer. Ze is arm, alles is weg, haar spaargeld zit in grond, dat is voor veel Syriers namelijk hun vorm van beleggen en ook dat is nu weg. Ik  wil die morgen aandacht geven aan werkwoorden, aan tegenwoordige tijd, verleden tijd enz. Drie werkwoorden heb ik gekozen: kopen, lachen en huilen. Eerst laat ik zien, beeld ik uit wat die drie werkwoorden betekenen zodat ze een beetje weten waar het over gaat. Maar bij het werkwoord huilen gaat het helemaal fout. De mevrouw uit Homs barst in tranen uit en ze kan ons nauwelijks vertellen waarom of anders gezegd, ze kan het wel vertellen maar wij verstaan haar niet  ….. Ik heb me vooraf niet gerealiseerd wat dit werkwoord huilen bij de mensen zou kunnen oproepen en daar heb ik achteraf spijt van.”

Er wonen ongeveer 750 vluchtelingen in de Orangerie, sommigen zijn er maar een paar weken anderen zijn er soms een jaar. De COA, die dit AZC onder haar beheer heeft, heeft geen invloed op de snelheid waarmee vluchtelingen met een status, een huis krijgen. De IND bepaalt wanneer mensen een verblijfsstatus krijgen en dan moeten gemeenten komen met een aanbod voor woonruimte.
Er is niet zoveel privacy in dit AZC. De vluchtelingen zitten met zijn vieren op een kamer, meestal met twee stapelbedden. Soms is het een gezin bestaande uit vier personen maar er kunnen ook vier mensen wonen uit vier verschillende landen die elkaars taal niet kennen en elkaar dus ook niet kunnen verstaan. Elke kamer heeft een douche en een toilet, maar om daar te komen, moeten ze wel over een gang.

Ook het gemeentelid Marja de Vries geeft taalles en ook zij vertelt met enthousiasme over dit vrijwilligerswerk. Ze vindt het dankbaar werk en de mensen waarderen dat je hen helpt met de taal. Marja geeft les aan vluchtelingen die wel kunnen lezen en schrijven en soms ook aan vluchtelingen die hoog zijn opgeleid. De groep waar zij mee werkt bestaat meestal uit 10 personen en als ze geluk heeft blijft de groep een aantal maanden uit de zelfde mensen bestaan. Ze vertelt over het aanleren van heel basale woorden als zitten, staan, gaan, antwoorden, eten enz. Ook leren tellen, spellen en klokkijken is belangrijk.
Doordat je, als docent, de asielzoekers elke week ziet  ben je voor hun een aanspreekpunt en vertellen ze vaak hun persoonlijke verhalen. Marja vertelt over een meisje van 18 jaar die samen met haar Vader is gevlucht. Eerst deed ze gemotiveerd mee met de taallessen maar de laatste weken worden de wallen onder haar ogen steeds groter, omdat ze haar moeder en zusjes zo erg mist. Na een aantal weken kwam ze heel blij vertellen dat haar asiel aanvraag is goedgekeurd en mag blijven. Ze vertellen ook minder leuke verhalen, bv dat ze toch geen asiel krijgen en terug moeten of dat ze psychische problemen hebben en niet meer naar de les kunnen komen.

Zowel Maaske als Marja zijn enthousiast over hun taallessen en ze zien dat de meeste vluchtelingen graag snel de Nederlandse taal willen leren.

Pin It

Afdrukken E-mailadres