• Home
  • Blog
  • Keukengesprekken in 't Hemeltje.

Keukengesprekken in 't Hemeltje.

In het inloophuis ‘t Hemeltje worden elke dinsdag en donderdag 3-gangen maaltijden geserveerd. De gasten die aanschuiven, hebben van te voren voor de maaltijden ingetekend. Het is een bijzondere mix van mensen die elkaar in het Hemeltje aan tafel treffen. Ze komen voor de gezelligheid, de aanspraak en het lekkere eten.
Daar proberen we als kookvrijwilligers ons steentje aan bij te dragen. Het is een voorrecht om voor zo’n gemêleerd gezelschap te mogen koken en ook deel van hun leefomgeving te mogen uitmaken. Immers aan tafel komen vaak hun verhalen naar boven. Maar ook in de keuken – zoals bij moeder thuis - voordat de maaltijd wordt geserveerd. Gasten lopen dan even binnen om te groeten en te vertellen wat hen bezig houdt op dat moment, terwijl wij bezig zijn, roerend in de pannen op het fornuis.

Onlangs vertelde een vaste gast mij in de keuken dat hij weer eens naar de kerk was geweest om God te danken. Dat kerkgaan was hij niet gewoon.
Maar nu was daar in zijn geval een duidelijke aanleiding voor. Onderweg met de auto in de Noordoostpolder, was hij op een saaie, rechte weg in een moment van onoplettendheid van de weg geraakt. Via de vluchtstrook en meermalen over de kop belandde hij met de auto op zijn kant in het kanaal naast de weg. Terwijl het ijskoude water door de kapotte ruiten zijn auto binnenstroomde, bedacht hij zich dat dit wel eens het eind van zijn leven zou kunnen zijn. Toch wist hij zich uit het autowrak te wurmen. En opeens waren daar twee jongemannen die hun kleren hadden uitgedaan en tot hun middel in het water stonden om hem te helpen. “Dat waren mijn helden van die dag”, zo vertelde hij. Helden of engelen? Hij vertelde ook van zijn inmiddels overleden moeder die bij zo’n gebeurtenis gezegd zou hebben dat hij bewaard was gebleven op die onheilsdag.

Toen ik ’s avonds na het koken en opruimen thuiskwam, hoorde ik nog net hoe Joost Prinsen in DWDD het gedicht De Moeder De Vrouw van Martinus Nijhoff voordroeg. De bekende regels van “Ik ging naar Bommel om de brug te zien”.
Het slot luidt: “O, dacht ik, o, dat daar mijn moeder voer. Prijs God, zong zij, Zijn hand zal u bewaren”. Toeval?

Jaap Bruinink
Kookvrijwilliger in ‘t Hemeltje
Eindhoven, juni 2016

Pin It

Afdrukken E-mailadres